De uitvinding van december (geen kerstverhaal)

Wie heeft december eigenlijk uitgevonden? Op het eerste gezicht misschien een gekke vraag. Maar daardoor niet minder relevant.

Zeker als je een pesthekel aan die maand hebt, als je liever van november direct overstapt naar januari, als de “feestdagen” je eigenlijk gestolen kunnen worden. (are you still with me?), dan is het antwoord op deze vraag wellicht interessant.

De maand december hebben we te danken aan de Romeinen. En dan waarschijnlijk aan de Romeinse Senaat, domicilie in Rome…..Ik stel me het als volgt voor:

De voorzitter van de Senaat (een soort Van Miltenburg, maar dan kundig), vraagt de leden een voorstel in te dienen. Het gaat om de laatste maand van het kalenderjaar die nog niet naar een heroïsche keizer (standaard overleden op het slagveld) vernoemd is. Daar was vanwege alle veroveringen, oorlogen, brood en spelen nog even geen tijd voor geweest.

Er worden allerlei voorstellen ingediend, maar onderlinge vetes tussen de senatoren (Wie mag Brutus spelen in de toneelvoorstelling? Wie heeft de grootste olijfpers in de achtertuin?) staan een unanieme besluitvorming in de weg. Uiteindelijk doet de Van Miltenburg van dienst een suggestie om de tiende maand (de Romeinse kalender begon destijds in maart)(good thinking, beginnen in de lente!) dan maar als naamgever van de maand te gebruiken. Omdat iedereen wist dat AvM toch niet duurzaam was, speelde de gunfactor bij de besluitvorming een prominente rol. Decem (=10) ber is geboren als maand. Now we’re fucked.

De donkerste maand van het jaar is in de loop der eeuwen tot de maand van de “feestdagen” geworden. Alles staat in deze maand in het teken van gezelligheid, licht, liefde, vrede en klote muziek. Huichelarij ten top wat mij betreft, om 1 keer per jaar hier erg nadrukkelijk mee bezig te zijn. Iedereen snapt toch dat het zo niet werkt, maar toch dweept 80(%?) van onze bevolking ermee.

Voor de goede orde: er zitten maar 3 feestdagen in december. Eerste en Tweede Kerstdag en Oudjaar. Beetje overdreven om die bastaardmaand tot feestmaand te bombarderen (bovendien weet iedereen inmiddels toch dat bombarderen zinloos is, toch? Toch?) Als je het democratische principe zou toepassen dan zou 10% (3 “feestdagen” op 31 dagen) nooit tot een dergelijke naamgeving als “feestmaand” kunnen leiden. Werkmaand of Donkere maand zouden eerder van toepassing zijn wat dat betreft. Maar goed, dat wordt “em” niet meer in het huidige tijdsgewricht.

Zie ik dan helemaal geen lichtpuntjes?

Zeker wel!

De dagen worden rondom Kerst weer langer. Het Germaanse feest van het licht (gretig geadopteerd door verschillende geloven) luidt dat in. Een van de mooiste dagen van het jaar valt toevallig in december (27 december, nog 364 dagen tot de volgende Kerst) en hardlopen in december is echt een feest! (maar dat is hardlopen eigenlijk altijd).

Hardlopen bij lagere temperaturen leidt (in mijn geval) tot betere prestaties. Personal Records worden in december gelopen. Wat een feestmaand!

 

 

 

 

 

 

 

Uit de roes

Aangewezen op het vrije zandstrand waren we vandaag. Alle ligbedjes met gunstige ligging waren al bezet, en voor tweede  rij gingen we niet betalen. Het voelde toch wat armoedig, met een handdoek op het zand liggen. Maar ook weer vertrouwd, terugdenkend aan de jaren waarop we met de kinderen gingen kamperen en ligbedjes een absoluut “no go area” waren. 

Het was warm (30C), maar de zuidenwind die vanaf de Middellandse Zee over het strand blies bracht voldoende koelte. Een soort van fnuikende gevoelstemperatuur waarbij insmeren niet nodig lijkt. Gelukkig wisten wij wel beter en werd de P20 en Nivea regelmatig over het vel gesmeerd.

We lagen te “taperen” op het dorpsstrandje van Estepona, een nietszeggende plaats aan de Costa del Sol met (te) veel Engelsen. Taperen lijkt wat op tapas maar is niet direct hetzelfde. Taperen is herstellen, rust nemen na training en tapas is een activiteit (eten) die je tijdens het taperen prima kan doen, maar dus niet hetzelfde is (maar in Spanje haalt men dit nog al eens door elkaar, zeker de Engelsen doen dat). Vanochtend hadden we 10 km hardgelopen langs de voor ons inmiddels bekende boulevard. Een paar versnellingen eruit gegooid tussen café zus en zo en restaurant hier en daar. Beetje slalommen tussen seniele Engelsen en af en toe een slome Spanjool een zweterige onderarm in de kin geduwd als die niet op tijd op zij ging. Het kon dan wel hun land zijn, die zelfbedachte hardlooproute was van ons! Dus aan de kant met die kadavers in die smerige leggings omvat met foute heuptasjes!

We hadden een onrustige nacht achter de rug. Door het wat “gezapige” weer (mist, windstil) waren de Spaanse muggen aan het overwerken en dan vooral op mijn lijf. Zeker 4 keer ben ik ‘s nachts uit bed gestapt om met de ietwat vale theedoek (licht nat gemaakt voor dit doel) muggen dood te meppen. Ik sta in Andalusië inmiddels bekend als de “Butcher van Estepona”. Het zij zo. Aan mijn kant zijn ook slachtoffers gevallen: rug, kuit en enkels. Ik kan het uitleggen bij het internationale Gerechtshof in Den Haag als dat nodig is (en zij niet gaan staken) Quid pro quo zou Dr. Lector aka Hannibal zeggen…. De plaatselijke apotheken hebben inmiddels deet moeten bijbestellen want ik neem die rotzooi zelfs bij elke maaltijd oraal in om van die klote beesten af te zijn (10 tenen rauwe knoflook per dag bleek helaas niet genoeg te zijn).

Op het strand, waar wij inmiddels bijna gezandstraald werden en al onze opgedane bruine kleur verloren (weer een kans verloren om ongeschminkt Zwarte Piet te kunnen zijn), was windkrachtje 5 inmiddels goed merkbaar en was het onvrijwillig zandhappen begonnen. Ik probeerde “I am sailing” te fluiten bij het zicht op een prachtig zeiljacht, maar dat bleek vrij lastig met een bek vol met zand en zeezout. 

Dit leek het juiste moment om te gaan lunchen in de hoop dat de wind in de tussentijd zou gaan liggen. We liepen in René Froger tempo van het strand naar de beachbar annex restaurant (50 meter, 4 minuten). We hadden een goede ervaring in dit gastvrije strandhutje. Afgelopen zondag hadden we hier zonder reservering Paella voor 2 (dos) personen besteld en dat werd niet alleen gehonoreerd maar ook nog eens erg gewaardeerd. Fantastisch eten! Eten is beleving en dan niet alleen van je maaltijd maar ook wat er om je heen gebeurt. Afgelopen zondag zaten we per toeval naast Dave, een plaatselijke (Engelse) hero. Dave kende de juiste mensen en de juiste mensen kenden Dave. Tenminste, zo leek het. Dave had een Rolex om de pols en een fles Moet op tafel staan in een ijskoeler. Lullig 2 glaasjes in de koeler verstopt als een soort van verrassing (?) Zo van: we zien de Champagne wel op tafel maar nog geen glazen, gaan we dit wel opdrinken?…..Het hele restaurant had het al door maar Dave dacht de spanning er nog even in te kunnen houden. De enige vraag die ons interesseerde was met wie Dave die fles ging delen.

Dave was Engels en minstens 40 kg te zwaar. En dan dan ben ik nog mild. Hij straalde succes en rijkdom uit tegelijkertijd. Rijk en zwaar, geen ongewone combinatie. Dave had een “first date” en zat wat zenuwachtig op het houten stoeltje, dat al kreunde onder zijn gewicht, heen en weer te schuiven. Hij keek af en toe op zijn Rolex, die enigszins uit het verband gerukt leek op zijn dikke onderarm met door de zon gebrand vlaskleurig haar. We begonnen ons al af te vragen of er echt nog iemand zou komen opdagen toen Dave ineens opstond Hij liep op een Spaanse dame af en zij leek hem ook te kennen. Ze riep meteen “I don’t drink Champagne” en Dave trok de fles al open. Niet direct de beste luisteraar, die Dave, althans zo kwam het bij ons over. Dave schonk haar een glas in en vulde zijn eigen glas voor de helft, de rest vulde hij aan met (schijnbaar) jus d’orange…. Wel geld, geen manieren dus. Of hij ging er standaard al vanuit dat hij uiteindeljk nog naar zijn beachhouse moest rijden, dus een soort van Bob moest zijn.

In de tussentijd was een plaatselijk fenomeen, voor het gemak even “Bongo Bob” genoemd, zijn optreden aan het voorbereiden.  Tijdens zijn soundcheck met veel “oe” en “ahhh” werd hij wat lastig gevallen door een stel Belgen, dat standaard (niet Luik) zijn testgeluiden nadeed. Na een kwartier was ik er wel flauw van en besloot ik de grootste van het stel met de foute Rayban (spiegelglas is not done) met een ongepelde gamba te lijf te gaan. Dat verrastte hem en dat had het gewenste effect. Men vond hem 2 dagen later terug in Afrika met een gamba in zijn linker neusgat en een zandkasteel op zijn rug. 

Bongo Bob (geen familie van Sponge trouwens) kon in de tussentijd ongestoord zijn gang gaan. Helaas, zo bleek al snel. Ondanks zijn coole wireless speakers (ingenaaid) in zijn broekspijpen en multi-instrumentaliteit was “Bongo” in staat om elk lekker nummer volledig terug te brengen tot een soort van Volendams niveau. Het gevoel wat je dan krijgt? De zomer voorbij….

To hot

Ik keek hier al weken tegenop en de sterren stonden niet bepaald gunstig. Net een griepje met koorts en keelpijn van 3 dagen achter me gelaten en een buitentemperatuur van 27C die al snel naar 30C zou stijgen. Niet de beste combinatie voor een hardlooptraining van 30 km. Maar zeuren is voor verliezers. Plaats van handeling: Estepona. Costa del Sol in Andalusië, zo’n 30 km (toeval) onder het mondaine Marbella. Doel: Berenloop marathon Terschelling 8 november.

Via TripAdvisor waren we hier terecht gekomen. We hadden in de filters van de app allerlei criteria en wensen ingevuld en uiteindelijk gekozen voor de vakantiewoning met de mooiste foto’s. Die woning was eigendom van de Engelse Dave, die ons via de mail de instructies voor de route en het telefoonnummer van local agent Lynn doorgaf. Het was 619 km rijden vanuit Madrid waar we op dat moment zaten. Just another day at the office…..

Dwars door de binnenlanden van Spanje reden we richting het uiterste zuiden van Europa(?). Eindeloze heuvellandschappen trokken aan ons voorbij. Olijfbomen en wijngaarden in ontwikkeling. Gemaaide velden en geploegde akkers, maar nergens een mens te zien. Zou dit het werk zijn van dezelfde aliens die ook de graancirkels maakten? 

We spraken in de auto over de geweldige Bistro in Parijs waar we tijdens onze overnachting gegeten hadden, het tegenvallende Bordeaux (de stad, niet de wijn), het fantastische Biarritz (surfcity!) en Bilbao (Baskenland rules! Na ETA dan) en Madrid (terecht de hoofdstad van Spanje). Dit was onze roadtrip 2015.

Na het overwinnen van de logica van de Spaanse tolwegen (soms € 7 voor 10 km, soms € 0 voor 500 km) bereikten we het plaatsje. Het was meteen duidelijk dat ook deze Costa haar ziel verkocht had aan de projectontwikkelaars. Je kreeg een complex van alle wooncomplexen en golfbanen links en rechts. Geen maagdelijke heuvel leek onberoerd voor appartementen en ontwikkeling. Dit was pure verkrachting van authenticiteit! Wat hebben ze met de vissersdorpjes gedaan, verstopt, geëxporteerd? 

Geen uitzicht zonder hoogbouw. Had de Spaanse regering (of voor mijn part Franco post mortum) hier geen stokje voor kunnen steken. Golfbanen met flats omringd, geen hond te zien op de baan………Wat was dit voor een fenomeen? Konden de eigenaren van de “condo’s” geen greenfee betalen? Was het appartementje casco gekocht en had de houten vloer en de keuken met granieten blad en vaatwasser ervoor gezorgd dat er de eerste 5 jaar niet gegolfd kon worden? Of bleken de voorspelde huurinkomsten bij aankoop toch wat achter te blijven op de prognose? Er stond veel leeg en het meeste bleek in Engels bezit zo leerde de site ons. 

“We were shocked”, zo mailde ik Engelse Dave. Die stuurde als een soort van Pavlov reactie de code van de WiFi retour en de instructie van de wasmachine. Maar die hadden we al. Op onze volgende mail kregen we de locaties van de nabijgelegen pubs als antwoord. Not exactly what you’re looking in Spain, but that’s a different ballgame….

Improviseren, adapt, improve, dat soort werk, dat was nu nodig. Nadat we het appartement in het nagenoeg verlaten “resort” hadden betrokken onder toeziend oog van “agent Lynn” (kansloze alleenstaande Engelse dame die alles ” lovely” vond en de weg niet wist) hebben we ons eens lekker “gesetteld”.  Ik trof mezelf al fluitend aan tijdens het reinigen van een groot deel  van de keuken en toebehoren. Het is natuurlijk normaal dat je bij aankomst even het bestek en de borden, de pannen, het kookinstrumentarium en weet ik veel wat nog meer even afwast en ontsmet. Daar was Lynn of de vorige huurder nog even niet aan toegekomen. Kwestie van manana, geen probleem dus. 

Vandaag stond de 30 km op het programma, normaal goed te doen in het vlakke en koele Groninger landschap. Hier niet. Een 30 km bij 14C staat gelijk aan 14 km bij 30C. Geen idee of het zo is, maar de uitspraak staat en ik ben het er mee eens. En vandaag klopte het! Mijn voorbereiding was bagger. Ik had al een paar dagen als een soort van vrijwillige David Hasselhoff (achter-achter neef van Soldaat van Oranje?) op de stranden van Estepona bikinitopjes bij de rechtmatige eigenaressen terugbezorgd en een paar kinderen van verdrinking gered (hè, als je er toch bent…). Dat had blijkbaar toch zijn tol geëist. Dit in combinatie met het net afgestoten griepvirus zorgden deze ochtend voor zware benen. Mijn hardloopbenen die geen zin hadden en geen kant op wilden. 

Al vroeg waren we op pad in verband met voorspelde warmte. Water mee, voedingsgels mee. Toch kansloos. Wat een training van 3 uur (30 km) had moeten worden werd 14 km, nog geen 1,5 uur. Het was warm en een heerlijke selectie aan steile heuvels deed de rest. Na 14 km was ik er volledig klaar mee. Teleurgesteld over mijn eigen prestatie (distatie?) in het appartement van Dave bijkomen onder de douche. Training toch maar inladen op Strava, niet geregistreerd is niet gelopen……toch? Blijken er hier toch ook een paar Strava segemtjes te zijn. Morgen maar eens proberen om in de top 5 te lopen hier….

Het goede doel

In mijn jeugd was het Goede Doel een grappige en best wel hippe band uit Utrecht, met klassiekers als Vrienschap en België. “Een pakketje schroot met een dun laagje chroom” en “is er leven op Pluto”, dat waren teksten die het goed deden op vinyl. Op een gegeven moment werd de ” mythe” doorbroken, omdat we Henk Westbroek wat beter leerden kennen. Zijn slome gezever en zogenaamde filosofische gedachten werden dagelijks ongevraagd gedeeld op de radio: Henk als deejay. Ik viel er bij in slaap, zo monotoon en slaapverwekkend vond ik zijn stem. Hoorde ik hem in de auto, dan snel een andere zender of een P opzoeken want het veroorzaken van een file lag dan op de loer. Henk, die zichzelf zo graag hoorde praten dat hij waarschijnlijk zijn eigen radioshows dagelijks terugluisterde, had wat mij betreft beter de “onbereikbare artiest” kunnen blijven. En ik hoorde hem liever zingen dan praten, maar dat is nu wel duidelijk lijkt me.

Of Henk Westbroek een hardloper is weet ik niet. Denk het niet, de persoon zo even ungenuanceerd inschattend. Maar het goede doel kom ik bij het hardlopen wel regelmatig tegen. Sterker nog, er lijkt geen hardloopevenement of – wedstrijd georganiseerd te kunnen worden of er is wel een goed doel aan gekoppeld. En dat begint me mateloos te irriteren.

Een paar geleden was de wereld nog simpel en overzichtelijk. Goede doelen kwamen aan je deur met een collectebus en braaf deponeerde je dan al je kleingeld in de bus van de buurvrouw die zich als vrijwilliger had aangemeld. Het is de moderne vorm van een aflaatbrief, je zonden afkopen. Het maakte niet uit welk doel het was, als ik een collectebus zag dan mikte ik er centen in. Geen geld op zak? Spaarpot van de kinderen is ook prima! Op deze wijze heb ik waarschijnlijk niet alleen bijgedragen aan het onderzoek tegen de meest verschrikkelijke ziekten, maar er ook voor gezorgd dat de legbatterijkip 1 keer per jaar een lang weekend kan uitslapen en ontbijt op bed krijgt (inclusief vers eitje). Met andere woorden, ik vind dat ik tot nu mijn steentje wel heb bijgedragen.

De tijden zijn veranderd. Je wordt nu nietsvermoedend voor de supermarkt aangesproken door een figuur met een Oxam jas of Greenpeace pet. Als ze je aanspreken laten ze niet meer los. Ze kleven aan je en dreunen hun ingestudeerde zinnen en vragen op. IPadje losjes in de hand. Ze laten je zo vaak mogelijk “ja” zeggen, zodat het “nee” zeggen op de belangrijkste vraag moreel gezien lastig wordt. Toch lukt het me. “Nee, ik ga niet elke maand een bedrag betalen ook al kan ik het elke maand opzeggen”. Hou me de collectebus voor en ik vertoon de Pavlov reactie, maar ga niet van mijn rekening incasseren. Dan ga je een grens over!

Ik vind dat die grens ook regelmatig overschreden wordt bij hardloopwedstrijden. Inmiddels is het aantal loopjes waar geen goed doel aan gekoppeld is gedaald tot onder het vriespunt. Schijnbaar tel je als hardloopwedstrijd niet meer mee zonder een goed doel. Belachelijk. Nogmaals, ik heb niets tegen goede doelen maar ze hoeven niet bij elke hardloopwedstrijd een rol te spelen. Ik heb sympathie voor de hardlopers die geld voor een goed doel willen inzamelen, maar het lijkt soms wel alsof we niet meer kunnen hardlopen zonder dat te doen. Wat een onzin, geld inzamelen tijdens een sport waar de mensen waar het om gaat meestal zelf niet aan kunnen deelnemen. 

Bovendien verpest het de evenementen. Lopen is primair een individuele sport, maar door de goede doelen manie krijg je enorme groepsvorming. Dat de Alzheimerstichting en de slachtoffers van pleinvrees liever in groepen lopen begrijp ik, maar al die andere goede doelen renners die de hele breedte van het parcours van start tot finish moeten bezetten? Ga dan lekker zelf rondjes (op een plein?) rennen als sponsorloop en probeer te onthouden hoeveel je er al op hebt zitten. Werk je aan het goede doel en je geheugen, win-win! 

En dan heb ik het nog niet over de evenementen die het zogenaamd allemaal doen in het kader van het goede doel. Huichelarij van de bovenste plank. Het doen voorkomen alsof een groot deel van het inschrijfgeld naar het goede doel gaat, of je marketing daarop inrichten. Feit is vaak dat alleen de extra vrijwillige donaties van deelnemers bij de inschrijving naar het goede doel gaan. Kost de organisatie niks extra, maar wel goede sier maken met het goede doel. Is dat erg? Nee, je kan dat ook slim ondernemerschap noemen (met veel goede wil). Wat veel erger is, is dat we er met grote betalen intrappen. Ach ja, een keer trek je de conclusie🎶🎶

Het tegenovergestelde van Mart Smeets

Mart Smeets is een held. Laten we eerlijk zijn: wat is een Tour de France zonder Smeets? (Pardon! De Ronde van Frankrijk bedoel ik natuurlijk heer Smeets…) Ik weet het, de TdF ligt al even achter ons en het actuele sportnieuws behelst eerder de transfers in de ” voetballerij” en het niet kunnen starten van de Eredivisie vanwege onderbetaalde politiemensen. Maar daarover misschien een andere keer. De Ronde van Frankrijk zonder Smeets? Dat is vloeken in de kerk, water naar de zee dragen zonder emmer, appels niet ver van de boom laten vallen en achteraf beseffen dat het mango’s waren, blaffende honden toch laten bijten en pas na 10 keer scheepsrecht krijgen. Kut dus. Smeets was de Tour en de Tour was Smeets. En ik miste die Avondetappe op de NOS met het heffen van het goede glas wijn in gezelschap van wielerkenners en andere bevoorrechte mensen. Kleine bekentenis: ik hief het glas ook en riep gewoon proost naar de tv. Was ik er ook een beetje bij als het ware.

Smeets heb ik slechts een keer “live” gezien. In levende lijve dus. Hij, Smeets, de alwetende sportverslaggever, die alles uit de losse pols zonder autocue kan. Het fenomeen, de kundige reporter met serieus basketbalverleden. Op uitnodiging van team Roompot was ik bij het NK Wielrennen in Emmen. Na een ontbijt met een humeurige Boogert mochten we (de genodigden) een soort van spelletje doen. Toerbusje in, toerbusje uit. Lekker uitstappen langs het parcours en een glas Prosecco in je mik gooien terwijl wielrenners in een fractie van een seconde langs knallen en je haarlok doen opwaaien. Tenminste, dat is mijn afdronk als interim bobo. Niet leuk. Onwennig zelfs om als sporter met een glas drank naar medesporters te kijken. Zal het nooit meer doen. 

Het was tijdens dat NK dat ik Smeets voor het eerst in levende lijve zag en het was indrukwekkend. De man is fors. En groot. En fors en groot. Wat een beest zeg. Die wil je niet in je nek krijgen, trust me. Maar tijdens deze observatie viel me nog iets op wat nog veel meer indruk maakte: Smeets houdt vocht vast! No shit, echt! Hij heeft minimaal 3 liter op elke enkel hangen. Ik schrok ervan. Van held in no time naar schlemiel. Blote voeten in instappers. Niet omdat het goed staat of modisch is. Nee, pure noodzaak. Gewoon te dikke poten. Die passen niet in die bordeelsluipers als hij sokken draagt. Ontluisterend.

Ik heb er tijdens het NK de hele dag aan gedacht. Kreeg het beeld niet uit mijn kop. Geen pretje dus die dag. Geen wonder dus dat we ruim voor de finish huiswaarts keerden. 

Afgelopen zondag dacht ik even terug aan deze herinnering. Samen met mijn vrouw Bettina liep ik als voorbereiding op de Berenloop alvast even een 30 km. Het stond in het schema en als het om hardlopen gaat dan volg ik graag schema’s. Het was warm en ik had een rugzak met water mee en 1 voedingsgel. We deden vanuit Groningen een ” rondje Nienoord” en na 23 km was ik er lichamelijk wel klaar mee. Ik voelde de kramp opkomen in mijn schouders en wist dat het tekort aan mineralen en vocht de oorzaak was. Daar waar andere lopers een theekopje per uur kunnen zweten kan ik een redelijke badkuip vullen. Dat is verdomme bijna niet aan te vullen. Om de marathon op Terschelling te kunnen lopen  mag ik de vaargeul tussen Harlingen en West ondertussen wel leegdrinken.

Had ik maar iets meer van Mart. Niet de analyse, niet de losse pols, niet de intonatie, niet de kennis en het natuurlijk over(ge)wicht. Maar iets meer vocht vasthouden. Dat zou me zo heerlijk lijken!

Een hart voor alle gevallen

Er bestaan vele soorten harten. Ga maar na. Er zijn mensen die beschikken over een groot hart (synoniem voor goedheid), of over een klein hartje (die zijn snel bang). We kennen het hart van steen (gemiddelde politicus), het hart van goud (nogal exclusief) maar ook het houten hart is sinds de Puma’s een begrip. Daarnaast schijnen ook verdedigingen en orkanen een hart te kunnen bezitten, hoewel ze allebei nogal vaak harteloos kunnen acteren.

Harten kunnen vreemde eigenschappen bezitten. Zo kunnen ze breken van verdriet, “voor de zaak hebben”, op de goede plek zitten, onder de riem gestoken worden (bretels werken blijkbaar niet) maar ook op de tong liggen. En dan kennen we dankzij de medische wetenschap inmiddels ook het getransplanteerde hart en het donorhart. Er zijn zo mateloos veel soorten harten dat je er bijna hartzeer van zou krijgen.

Het hart is een fenomeen, zo populair is het als spreekwoordelijk onderwerp en op de donor wachtlijst. Maar ik wil toch een ander hart onder de aandacht brengen, namelijk het sporthart. Net als diabetes komt het sporthart voor in 2 types. Type 1 is het hart dat door duursporten vergroot is, ook wel atletenhart genoemd. Dit atletenhart ontstaat door regelmatige training. Naast de training van de (been)spieren en longen train je ook het hart, dat ook een spier is. 

Type 2 is het hart dat van sport houdt. Dit is op zich een gezonde variant, maar stresssituaties kunnen de hartslag tot ongezonde hoogtes brengen. Zelf denk ik een type 3 sporthart te hebben: een soort optelsom van type 1 en 2. Het atletenhart (type 1 dus) vind ik niet zo interessant, maar een hart hebben voor de sport (type 2), daar gaat mijn hart sneller van kloppen. 

Er zijn veel mensen die een hart voor de sport hebben, waarschijnlijk meer dan met een sporthart. Hoe herken je mensen met een hart voor de sport eigenlijk? Volgens mij vallen ze op door de eigenschap zowel actief als passief van sport te kunnen genieten. Dus zelf (fanatiek) sport bedrijven, maar ook kunnen genieten als toeschouwer. Maar de groep met het grootste hart voor de sport, de mensen met het hart op de goede plek, met hart voor de zaak, dat zijn de vrijwilligers bij sportevenementen. Zij ruilen hun eigen vrije tijd in om bijvoorbeeld een hardloopwedstrijd mogelijk te maken. In veel gevallen komt het er dan op neer dat mensen met een hart voor de sport het sporten voor mensen met een sporthart mogelijk maken. Type 2 maakt type 1 mogelijk dus. 

 

Iceman is hot

Wim Hof, alias de Iceman, is hot. Dat had hij zelf waarschijnlijk ook niet verwacht: “hot zijn” als koude- goeroe. Maar hij wordt in allerlei televisie-programma’s gevraagd, heeft een boek geschreven (was een koud kunstje) en komt regelmatig op Twitter voorbij met een challenge voor het goede doel. In eerste instantie dacht ik dat Wim Hof een podium zocht om aandacht te krijgen. Beetje onzin over de kracht van kou uitkramen, op blote voeten een marathon lopen boven de poolcirkel, het leek het gedrag van een roepende in de woestijn. Maar toen een doodzieke Wubbo Ockels zich aan het eind van zijn leven tot de Iceman wende en de koudetherapie in de Amsterdamse gracht voor zijn huis in de praktijk bracht, begon ik toch te twijfelen aan mijn mening. 

Die twijfel nam nog meer toe nadat ik las dat hardlooppsychiater Bram Bakker een zeer positieve mening over Wim Hof had. Zowel Ockels als Bakker heb ik hoog zitten en hoe meer ik Wim Hof zag in documentaires hoe duidelijker het me werd dat hij een oprechte missie had. Het gaat Wim Hof niet om de aandacht voor zichzelf, maar om de aandacht voor de positieve effecten van kou op ons lichaam en onze gezondheid. Dit verklaart eindelijk waarom Duitsers met een lach op hun gezicht uit hun kuil op het strand kruipen en de koude Noordzee induiken. Es ist gesund! 

Maar ook ik ben om. Ik zag Wim Hof bij RTL latenight een korte ademhalingsoefening voordoen. Humberto Tan deed natuurlijk geestdriftig en overdreven articulerend mee, Nikki Terpstra keek wat schaapachtig toe. Daarna werden beelden getoond van een bergtocht die Hof met 65-plussers maakte, waarbij jonge dertigers stuk voor stuk voorbij werden gestiefeld. Allemaal door koudetherapie en ademhalingstechnieken vertelde Hof. Sindsdien sta ik elke ochtend koud te douchen. Niet omdat ik mijn boxershort daarna makkelijker aan kan trekken, maar omdat ik inmiddels geloof in de positieve effecten van kou. Dankzij Wim Hof, de Iceman.

Je kan je mening dus veranderen over mensen. Maar ook bijvoorbeeld over techniek. Vroeger leerde je bij de plaatselijke atletiekvereniging op de hak van je loopschoen te landen en daarna je voet naar je tenen af te wikkelen. “Afwikkelen” was toen nog een veel voorkomende term en de haklanding was in de tijd van de maanlanding en de jaren daarna de meest gangbare looptechniek. Tegenwoordig zie nog weinig “haklanders”. Landen op de hak van de schoen remt af en zorgt voor een grote schokbelasting. Technieken waarbij meer op de voorvoet of de middenvoet wordt geland zijn daarvoor in de plaats gekomen en schijnen beter voor het fysieke gestel te zijn. Het contactmoment met de grond is kort. 

Een goed voorbeeld van voorvoetlanders zijn de (meeste) Afrikaanse lopers. Die gasten lopen zo licht dat je ze überhaupt nauwelijks hoort landen. Bijna geruisloos snellen ze voorbij. Toch denk dat ik dat ook deze toplopers nog een stuk sneller zouden kunnen. Als ze bereid zouden zijn te luisteren naar Wim Hof. Zie je het al voor je? Kenianen in een ijsbad samen met Wim. Ik zie het er niet van komen. Kenianen kennen Wubbo Ockels en Bram Bakker niet, en Wim Hof waarschijnlijk ook niet. Gelukkig maar, nu hebben de Nederlandse lopers nog tot Rio de kans het gat te overbruggen, samen met de Iceman. Eindelijke weer een medaille op de marathon.